www.

Tijd voor made in Europe

 

‘We moeten ons lot in eigen handen nemen. De tijden waarin we ons volledig op anderen konden verlaten, zijn voorbij.’ Bondskanselier Angela Merkel is bijzonder duidelijk na het bezoek van een arrogante en bijwijlen onbeschofte Amerikaanse president aan Brussel.  Ze trekt haar conclusies en laat er geen twijfel over bestaan dat Europa veel meer voor zijn eigen veiligheid zal moeten instaan.  Dat is een zware opdracht, maar tegelijk een grote opportuniteit. Ook voor de Belgische regering.   Want de federale regering moet binnenkort de knoop doorhakken over de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen. België wil 34 nieuwe toestellen kopen om de 40-jaar oude F16-straaljagers te vervangen, voor een totaal budget van 3,5 miljard euro. De Amerikaanse F35 ‘JSF’ (Joint Strike Fighter) van Lockheed Martin heeft lang in pole position gelegen. Maar met Trump in het Witte Huis en zijn voortdurende uithalen naar Europese bondgenoten, is die optie dood en begraven. Tijd om voor deze belangrijke investering dichter bij huis te kijken.

 Europa heeft zich decennialang verschuild onder de defensieparaplu van Washington. Dat tijdperk is definitief voorbij, met een Amerikaanse ‘beschermheer’ die het grondbeginsel van de wederzijdse solidariteit onder de NAVO-leden in vraag stelt. Merkel en haar EU-collegae beseffen maar al te goed dat Europa in versneld tempo werk moet maken van de eigen defensiecapaciteit, met een permanent militair hoofdkwartier en veel meer gezamenlijke aankopen, bij voorkeur Europees materieel.

Dat geldt ook voor de opvolging van de F16-straaljager. De tijd is aangebroken om resoluut te kiezen voor made in Europe. Als Trump vraagtekens plaatst bij de solidariteit binnen de NAVO, waarom zou Europa dan nog kiezen voor peperdure Amerikaanse gevechtsvliegtuigen? Het is veel logischer om te investeren in de aankoop van een Europees toestel, zoals de Franse Rafale of de Eurofighter van een Duits-Italiaans-Spaans-Brits consortium. Europese toestellen bieden bovendien kansen op compensaties voor de Belgische industrie. Die zijn extreem belangrijk, want de kosten voor aankoop, onderhoud, opleidingen, wisselstukken en updates lopen samen op tot 15 miljard euro.

 

Return on defence investment

Helaas wringt hier het schoentje: de Europese wetgeving maakt het bijzonder moeilijk om economische compensaties af te dwingen voor de eigen industrie. De goedbedoelde Europese richtlijn die de concurrentie binnen de EU-defensie-industrie moest aanzwengelen en compensaties strikt aan banden legt, pakt in de praktijk heel nadelig uit voor kleine lidstaten en vormt een zware belemmering voor ons land om in defensiemodernisering te investeren.

Tot 2009 gold in zowat alle EU-lidstaten dat elke euro voor defensieaankopen, werd gecompenseerd door investeringen in eigen land. Dit garandeerde een return on defence investment: de defensie-investeringen zorgden voor extra indirecte tewerkstelling in de industrie. Bedrijven konden onderdelen leveren of onderhoudscontracten binnenhalen, zodat er van de zware investeringen toch nog heel wat geld terugvloeide naar de Belgische economie.

De EU-richtlijn die vandaag van kracht is, pakt in de huidige, onzekere wereld contraproductief uit en staat versterkte defensiesamenwerking in de weg. Vooral kleine lidstaten zijn het slachtoffer van een steeds grotere concentratie in de defensie-industrie. Zonder de nationale verplichtingen voor industriële participatie, komt geen enkel Belgisch bedrijf nog in aanmerking voor de productie of het onderhoud van de toestellen.

 

Buy European & invest locally

De Europese staatssteunregels moeten op de schop. De Europese Commissie moet op verzoek van de landen die dat willen de rol van coördinator op zich nemen bij de aankoop van militair materieel. In de Europese onderzoeksprogramma’s moet veel meer ruimte komen voor defensieprojecten, zodat we de nationale defensiebudgetten efficiënter kunnen inzetten.

Parijs en Berlijn moeten het voortouw nemen. Duitsland heeft dat de voorbije decennia, om politieke redenen, niet gedaan. Maar Defensieminister Ursula von der Leyen pleit vandaag onomwonden voor de uitbouw van een gemeenschappelijke veiligheids- en verdedigingsunie.

Nooit eerder was er onder de EU-lidstaten een grotere overeenstemming om stappen vooruit te zetten. Ook eurosceptische regeringen in Warschau en Slowakije zijn gewonnen voor meer Europese militaire samenwerking. Ze zien in dat dit de enige manier is om de Russen op afstand te houden. Het buitenlands- en veiligheidsbeleid is te lang het verwaarloosde stiefkind van de EU geweest. Dat kunnen we ons niet langer veroorloven: de oorlog raast op honderd kilometer van Europa’s oostgrens, Poetin is een reële dreiging voor de Baltische lidstaten en terreur houdt grote delen van het Midden-Oosten en delen van Afrika in de greep. De VS heeft genoeg van de Europese ‘freeriders’ en kijkt de andere kant op. Het momentum is er nu voor de EU om een robuust Europees veiligheidsbeleid uit te bouwen. De keuze voor een straaljager van Europese makelij is in dat nieuwe kader een evidentie.

print