www.

Tijd voor een defensie ‘made in Europe’

De aanwezigheid van Russische bommenwerpers boven de Noordzee is niet onschuldig: Rusland test duidelijk Europa’s reactiesnelheid en weerbaarheid. Europa moet nu meer dan ooit werk maken van eigen Europese defensiecapaciteit. Dat kan alleen als de lidstaten nauwer gaan samenwerken.

De EU-lidstaten spenderen jaarlijks zo’n 200 miljard euro aan defensie, maar de 27 versnipperde budgetten moeten veel beter renderen dan wat ze vandaag aan veiligheid opleveren. Het Europees Parlement zet daarom een Europees investeringsplan van 5 miljard euro in de startblokken om de defensie-industrie een forse duw in de rug te geven.

De Europese legers moeten beter gaan samenwerken, maar dat betekent ook dat de industrie de handen vaker in elkaar moet slaan. Momenteel hebben we in Europa 37 soorten transportpantservoertuigen, 12 verschillende tankvliegtuigen en 19 verschillende gevechtsvliegtuigen. In die chaos wordt waanzinnig veel geld verspild. Wil Europa haar eigen veiligheid in handen nemen, dan moeten ook de versnipperde budgetten voor onderzoek en ontwikkeling beter renderen.

Dat kan alleen als defensie uit de nationale hokjes wordt gehaald. België en Nederland zijn nu al frontrunners in marine-samenwerking (aankoop en operaties). Die samenwerking moet nu een stap verder gedreven worden, om ook gezamenlijk state of the art technologie te ontwikkelen. Dit Europees investeringsplan, waarover het Parlement en de Raad deze week de onderhandelingen opstarten, is hierbij cruciaal.

Het fonds steunt samenwerking voor ontwikkeling tussen minstens drie bedrijven uit evenveel Europese lidstaten, en geeft de Europese defensie-industrie zo een duw in de rug. Dat maakt ons minder afhankelijk van de Amerikaanse defensie-industrie en zijn vaak veel te dure materieel. Aanvankelijk gaat het om 500 miljoen euro voor de periode 2019-2020. Vanaf 2021 moet het budget opgetrokken worden tot een volwaardig Europees investeringsplan van 1 miljard per jaar, aangevuld tot 5 miljard met investeringen van de lidstaten. Als we Europees de taken beter verdelen en meer samenwerken, komt zo een bedrag vrij van ruim 25 miljard euro. Dat maakt de weg vrij voor een veel modernere en veel beter uitgeruste defensie in Europa, liefst ‘made in Europe’.

Het gaat trouwens al lang niet meer om de klassieke hardware. Oorlogen worden niet langer gewonnen op basis van hoeveel tanks je hebt. Toekomstige conflicten worden bepaald door onze kennis op het gebied van cyber, dataverwerking, satelliettechnologie en drones. Voor de Vlaamse industrie is het fonds daarom een uitgelezen kans. Onze bedrijven zijn voornamelijk actief in hoogtechnologische niches. Denk aan Sabca in Lummen, of Newtec en Luciad.

Samenwerkingsprojecten waarin kmo’s een belangrijke rol spelen, krijgen van Europa een financiële bonus. Dankzij dit fonds krijgen zij de opportuniteit om mee te werken aan de ontwikkeling van nieuwe defensietechnologieën en -materieel.

Dit plan komt geen moment te vroeg. De laatste jaren is de wereld sterk veranderd, van Russische bommenwerpers boven de Noordzee tot een Amerikaanse president die de NAVO in vraag stelt. Europa moet nu snel werk maken van eigen defensiecapaciteit. Dat hoeft niet altijd met 28, maar kan ook met een kleiner aantal landen, zoals de nauwe samenwerking tussen de Belgische en Nederlandse marine aantoont. EU-landen die een sterkere Europese defensie willen, moeten niet wachten op de laatste twijfelaar, maar een kopgroep vormen.

 

Opinie in Het Belang Van Limburg, 24 februari 2018: ‘Lidstaten moeten nauwer samenwerken voor eigen Europese defensiecapaciteit’ 

print